Het is dinsdagochtend. De eerste koffiepauze van Stefan begint. Stefan loopt naar de koffieruimte en heeft zijn eigen koffiemok bij zich om koffie uit de automaat te halen.
Hij gaat aan de tafel zitten en er gaan allerlei gedachten door zijn hoofd. Maar één gedachte is overheersend. Het is de gedachte om ervoor te zorgen dat hij zijn werk goed doet en ervoor zorgt dat het team goede cijfers behaalt. Arthur was in de dagstart aan het begin van de dag niet echt blij dat het team minder goed scoort dan het team van Victor. Arthur vindt namelijk dat het team van Victor de kantjes ervan afloopt. Stefan beaamde dit in het gesprek en heeft voorgesteld om gegevens te verzamelen van het team van Victor waaruit blijkt dat ze de kantjes ervan aflopen. Hij hoopt door dit te doen, dat dan inzichtelijk is dat zij als team eigenlijk helemaal niet zo slecht scoren, zodat Arthur minder boos op hem en het team is.
Stefan wordt verstoord in zijn gedachten als Victor de koffieruimte in komt lopen. Stefan schrikt zichtbaar. Het valt Victor op dat Stefan schrikt. Victor reageert met een lach op dit schrikken met: “Je hoeft niet te schrikken hoor van mij. Zo gevaarlijk ben ik ook weer niet. Hoe gaat het met je?”
Stefan weet niet goed hoe hij het best kan reageren op Victor. “Ooo, ik schrok niet hoor,” verontschuldigt hij zich snel, “ik was diep weggezonken in mijn gedachten. Het gaat met mij goed. En hoe gaat het met jou?”
Victor zei rustig: “Je hoeft je niet te verontschuldigen hoor. Ik begrijp heel goed dat als je in gedachten bent, je dan kan schrikken als er iemand opeens binnenkomt. Het gaat met mij ook goed, bedankt voor de vraag. Wat gaat er goed met jou, Stefan?”
“Jij mag jezelf zijn. Ik zie je en ik zie wie je bent en dat respecteer ik. Ook jij mag je mening geven en uiten. Jij hoeft geen mening te geven omdat jij denkt dat ik boos word om die mening. Wat ik eigenlijk wil zeggen is: voel je vrij in het bijzijn van mij.”
Stefan antwoordt: “Dat is een goede vraag. Ik ben op zich tevreden met hoe het leven loopt. Ik ben blij dat ik kan werken en dat ik gezond ben. En ik hoop dat wij met ons team ook kunnen laten zien dat we goed bezig zijn.”
Victor zegt: ”Dat is het belangrijkste, dat je gezond bent. Je zegt dat je hoopt dat jullie met jullie team kunnen laten zien dat jullie goed bezig zijn. Heb jij het gevoel dat jullie als team niet goed bezig zijn?”
Stefan schrikt van die vraag en weet niet goed wat hij moet zeggen. Hij wil namelijk niet Arthur in de problemen brengen, maar hij wil ook Victor gewoon netjes antwoord kunnen geven: “Ik begrijp dat er heel erg gekeken wordt naar de resultaten van mijn team en dat er gesteld wordt dat wij niet efficiënt genoeg zijn. Terwijl we wel heel hard werken. In de dagstart ligt heel erg de focus op jouw team, dat iedereen zegt dat jouw team het best presteert. Ik zie wel dat jouw team hun werk met plezier doet. En dan oogt het alsof ze minder doen.”
Victor luistert goed naar Stefan en vraagt: “Wie heeft jullie gezegd dat jullie niet efficiënt genoeg zijn?” Stefan zegt: ”Arthur. Hij wil dat wij de beste zijn en dat omdat wij niet efficiënt genoeg zijn, daarom het team van jou het beste is.”
Victor luistert en kijkt rustig naar Stefan. Hij ziet dat Stefan zich ongemakkelijk lijkt te voelen. Hij vraagt Stefan: ”Klopt het dat jij je op dit moment ongemakkelijk voelt terwijl wij in gesprek zijn samen? En als dat zo is, wat maakt je dan ongemakkelijk?”
Stefan krijgt het warm van deze vragen. Hij vraagt zich nu af hoe het komt dat Victor dit zo van hem kan aflezen. Stefan voelt zich door deze vragen echt gezien. Dit is heel anders dan wat hij voelt in gesprek met Arthur. In gesprek met Arthur voelt hij zich opgejaagd om Arthur te zien, maar nu voelt hij voor het eerst dat iemand anders hem ziet. Stefan geeft antwoord: ”Ik voel mij wel een beetje ongemakkelijk. Als ik nadenk over de reden, dan heeft dit toch te maken met wat Arthur gaat denken als ik met jou spreek. Ik wil het zo graag goed doen voor iedereen, maar ik merk dat het nooit goed genoeg is.”
Victor zegt op een toon die rustig is en waaruit veel respect doorklinkt: “Jij mag jezelf zijn. Ik zie je en ik zie wie je bent en dat respecteer ik. Ook jij mag je mening geven en uiten. Jij hoeft geen mening te geven omdat jij denkt dat ik boos word om die mening. Wat ik eigenlijk wil zeggen is: voel je vrij in het bijzijn van mij.”
Stefan luistert naar dit antwoord en de eerste gedachte die in hem opkomt is: “Wow, zo erg is die Victor niet. Het is best een aardige man. Ik snap nu wel hoe het komt dat zijn teamleden zo relaxed zijn.”
Stefan antwoordt aan Victor: “Bedankt dat jij aangeeft dat ik vrij mag zijn in jouw bijzijn. Ik ga hieraan denken en zal proberen mij minder ongemakkelijk te voelen als jij er bent.” Stefan kijkt op zijn telefoon naar de tijd. Hij ziet dat zijn pauzetijd voorbij is en zegt: ”Victor, mijn pauze is voorbij. Ik ga weer aan de slag.” Victor zegt tegen Stefan: “Veel succes en ik vond dit een mooi en waardevol gesprek. Bedankt hiervoor!”
Terug achter zijn bureau voelt Stefan voor het eerst dat hij echt gezien wordt. Het voelt voor hem als innerlijke vrijheid. De vrijheid dat hij niet langer hoeft te presteren om goed genoeg te zijn.
Wil jij net als Stefan leren breken met de verstikkende dynamiek van de blik van de ander en ontdekken hoe het voelt om authentiek jezelf te zijn?
Bekijk dan dit:https://authenticshadow.com/regie/
