3–4 minuten

Casper zit te wachten op de trein. Hij is onderweg naar een sollicitatiegesprek. Hij is diep in gedachten verzonken. Zijn gedachten brengen hem naar het gesprek dat hij straks gaat voeren. Hij begint zenuwachtig te worden en hoopt dat hij wordt aangenomen. Het liefst zou hij het bedrijf waar hij het sollicitatiegesprek heeft afbellen, omdat dat gevoel van zenuwachtig zijn voor hem niet fijn aanvoelt.

Casper is zo ver weggezonken, dat hij niet eens doorheeft dat Sofie naast hem is komen zitten. Sofie kent Casper nog van zijn opleiding. Hij heeft niet eens gehoord dat Sofie hem groette. Sofie groet hem nogmaals: “Hoi Casper, hoe gaat het met je?” Casper kijkt verschrikt om en antwoordt: “Ooh! Hoi Sofie, uhm, het gaat op zich wel goed met mij en met jou?”

Sofie antwoordt: “Ik ben blij dat het goed met je gaat. Met mij gaat het ook goed. Dat is lang geleden. Wat doe je nu?”

Casper vindt deze vraag wat direct en eng. Het liefst geeft hij geen antwoord, maar dat kan hij niet maken en daarnaast vindt hij Sofie een lieve vrouw. Ze hielp hem altijd zonder dat hij erom vroeg. “Ik heb op dit moment geen werk,” antwoordt Casper met een gevoel van schaamte en twijfel, “maar ik heb straks een sollicitatiegesprek en ik hoop dat ik dan word aangenomen. Ik denk wel dat dat goed moet komen, toch?” Casper probeert snel het gesprek af te wentelen door Sofie te vragen wat zij doet.

Maar de angst voor de afwijzing die nog niet gebeurd is, zorgt ervoor dat hij niet zijn gevoelens voor haar durft te vertellen aan haar

Sofie antwoordt: “Dat is vervelend dat je op dit moment geen werk hebt. Ik hoop zo dat het sollicitatiegesprek goed gaat voor je. Ik gun het je echt. Als je iets nodig hebt van mij dan mag je dit altijd vragen aan mij. Ik help je graag. Ik werk zelf als juridisch assistent en ik ben moeder van een dochter van 2 jaar en leef alleen samen met haar. De vader van mijn dochter en ik zijn al een jaar uit elkaar.”

“Wat heeft Sofie het toch goed voor elkaar: een baan hebben als juridisch assistent, alleen jammer dat ze niet meer bij de vader van haar kind is,” denkt Casper, “Sofie ziet er wel echt nog steeds leuk uit. Wat zou ze zeggen als ik haar nu vraag om een keer samen wat te eten? Zal ik haar nu vragen? Maar wat als ze mij afwijst, dan gaat iedereen mij uitlachen.”

Deze gedachten gaan nu door het hoofd van Casper. Hij durft Sofie niet te vragen, ondanks dat Sofie toch open is naar Casper. Maar de angst voor de afwijzing die nog niet gebeurd is, zorgt ervoor dat hij niet zijn gevoelens voor haar durft te vertellen aan haar.

De tijd verstrijkt en de trein komt aan. Casper moet deze trein nemen en Sofie moet de volgende trein nemen. En zo mist Casper de gelegenheid om Sofie te vragen of ze het leuk vindt om een keer met hem wat te eten. Casper zegt: “Ik moet deze trein nemen. Ik vond het leuk om je weer eens een keer te zien en te spreken, Sofie.” Sofie antwoordt: “Ooh, wat jammer. Ik moet de volgende trein nemen. Ik vond het ook fijn om met jou te spreken. Ik hoop dat we elkaar weer snel zullen spreken. Succes met je sollicitatie, Casper.”

Casper hoopt ook dat ze elkaar snel weer zullen spreken en twijfelt nu weer of hij haar moet vragen om samen een keer te eten, maar ook nu weer twijfelt hij met stel dat ze nee zegt, dan gaat ze iedereen zeggen dat hij haar gevraagd heeft en wordt hij uitgelachen.

Casper zit in zijn trein onderweg naar het sollicitatiegesprek en Sofie wacht op haar trein.

Heb jij het gevoel dat je iets wilt vragen, maar dat je bang bent om het te vragen uit angst wat de ander ervan gaat vinden? Is dit een patroon bij jou? Wil jij jouw patronen herkennen om te bepalen of het een patroon van jou is of van een ander, kijk dan hier wat je kan doen:
https://authenticshadow.com/regie/

De boswandeling12 oktober 2026Rinaldo
HomeHome27 augustus 2022Rinaldo
Waarden en normen28 april 2024Rinaldo